|
Algemene
kenmerken
van de
traditionele
mediterrane
voeding:
Plantaardige
voedingsmiddelen
vormen
de basis
van elke
maaltijd
en
worden
dagelijks
overvloedig
gebruikt:
-
groenten:
gekookt
maar ook
vaak in
de vorm
van
salades
bij of
na de
maaltijd;
verschillende
schotels
zijn
exclusief
op basis
van
groenten
samengesteld;
tomaten,
courgettes
en
paprika's
zijn
veel
gebruikte
groenten;
-
fruit is
het
dessert
bij
uitstek;
-
brood en
andere
graanproducten
zoals
deegwaren,
rijst
(risotto),
aardappelen,
peulvruchten
(bv.
linzen,
kikkererwten
en
spliterwten);
- zaden
en noten
zoals
pistachenoten,
amandelen
en
zonnebloempitten
als
hapje of
verwerkt
in
gerechten.
Er
worden
vooral
verse,
zo
weinig
mogelijk
bewerkte
producten
van het
seizoen
en uit
de
lokale
teelt
gebruikt.
De
traditionele
mediterrane
voeding
wordt
gekenmerkt
door een
zekere
soberheid;
het gaat
vaak om
eenvoudige
bereidingen
(culinaire
eenvoud).
Er wordt
rijkelijk
gebruik
gemaakt
van
look,
uien,
azijn,
citroen
en
talrijke
aromatische
kruiden
zoals
rozemarijn,
salie,
tijm,
peterselie,
basilicum,
oregano.
Olijfolie
is de
voornaamste
bron van
vetten.
Zuivelproducten
en in
het
bijzonder
kaas en
yoghurt
sieren
dagelijks,
zij het
in
matige
hoeveelheden,
het
menu.
Vis en
gevogelte
worden
matig
gebruikt,
andere
vleessoorten
(lam,
kalf,
varken
en
charcuterie)
en in
het
bijzonder
rood
vlees
worden
slechts
in
beperkte
hoeveelheden
geconsumeerd
(niet
wekelijks).
Eieren:
0 tot 4
eieren
per
week.
Zoetigheden
met
suiker
of
honing
worden
beperkt
tot
enkele
keren
per week
of tot
bijzondere
gelegenheden.
Als
dessert
neemt
men
vooral
fruit.
In het
bijzonder
rode
wijn is
dagelijkse
kost
maar
wordt
steeds
in
matige
hoeveelheden
gebruikt
(1 tot 2
glazen).
Er wordt
enkel
bij de
maaltijd
wijn
gedronken.
Er
heerst
een
zekere
gezelligheid
rondom
de
maaltijden;
vanuit
de
traditie
is er
meer
respect
voor een
vaste
structuur
in het
maaltijdgebeuren;
de
mensen
nemen de
tijd om
te eten;
men komt
tot rust
tijdens
het
maaltijdgebeuren
en vindt
er
gezelligheid.
|