Menu
 Caloriearme diëten
 Eetgewoontes
 Eiwitrijke diëten
 Koolhydraat diëten
 Vasten & ontgiften
 Vetarme diëten
 Maaltijdvervangers
 Afslankpillen
 Medisch afslanken
 Allergieën en ziekten
 Caloriecalculator
 Gezonde Voeding
 Overgewicht

 
 
 Jichtdieet

Bij sommige mensen produceert het lichaam zelf te veel urinezuur. Erfelijke factoren kunnen hierbij een rol spelen. Meestal heeft het teveel aan urinezuur andere oorzaken. Overgewicht is een voorbeeld, evenals bepaalde ziekten (zoals psoriasis en leukemie). Verder worden bij het gebruik van vochtafdrijvende medicijnen (plastabletten) de nieren belemmerd om het urinezuur goed uit te scheiden. Ook alcohol heeft dit effect op de nieren, terwijl alcohol de productie van urinezuur ook stimuleert.

 
 Klachten

Het overtollige urinezuur slaat bij jicht in de vorm van kristallen neer in gewrichten en andere weefsels. Dit kan ontstekingen in de gewrichten veroorzaken. Hierbij voelt het gewricht zeer warm en pijnlijk aan en is het gewricht rood.
Bij veel mensen begint jicht in het gewricht van de grote teen. Jicht zit ook vaak in de gewrichten van de enkels, knieën, handen, polsen en ellebogen. Meestal doet de eerste aanval zich voor in één gewricht. Soms blijft het daarbij en zal het gewricht gewoon herstellen. Soms komen de aanvallen terug, duren ze langer of breiden ze zich uit naar andere gewrichten.
Het is niet bekend waarom de ziekte zich zo verschillend kan ontwikkelen. Mensen die langere tijd jicht hebben kunnen op den duur last krijgen van jichtknobbels (‘tophi’). Deze zitten vooral op de handen en de oorschelpen, maar kunnen ook onder de voeten zitten.
Als de urinezuurkristallen neerslaan in de nieren kan dit op den duur leiden tot nierstenen (urinezuurstenen) of een verminderde nierwerking. 

 
 De behandeling

Jicht wordt in principe behandeld met medicijnen. Sommige zijn bedoeld om een aanval te bestrijden, andere om een aanval te voorkomen. Nog een andere soort is bedoeld om het urinezuurgehalte in het lichaam te verlagen. Of medicijnen worden voorgeschreven om het urinezuurgehalte te verlagen, hangt af van de oorzaak.

 

De kans op een jichtaanval wordt verkleind met de volgende maatregelen:
Wees zeer matig met alcohol. Alcohol bevordert de stijging van het urinezuurgehalte in het bloed. Gebruik niet elke dag alcohol en maximaal één glas op een dag.
In geval van overgewicht: afvallen tot een gezond gewicht. Het urinezuurgehalte in het bloed zal in dat geval dalen. U kunt beter niet in korte tijd afvallen, want dan stijgt juist het urinezuurgehalte. Een gewichtsverlies van vijf tot tien procent helpt al goed mee om de urinezuuruitscheiding via de urine te verhogen.
Drink twee tot drie liter per dag. Hierdoor vormt het lichaam meer urine en raakt u meer urinezuur kwijt. Verdeel het drinkvocht goed over de dag en avond. Koffie en thee kunt u in normale hoeveelheden drinken.
Zorg voor een gezond voedingspatroon met veel variatie.
Volg pas een purinebeperkt dieet als de arts dat adviseert

 
 
 Het dieet

Normaal gesproken bevat de voeding gemiddeld 400 mg purine per dag. Bij een purinebeperkt dieet wordt de hoeveelheid purine verminderd tot (ongeveer) 200 mg purine per dag. Om dit te bereiken wordt geadviseerd voedingsmiddelen met een zeer hoog purinegehalte te vermijden en de overige voedingsmiddelen te gebruiken in aanbevolen hoeveelheden zoals geldt voor een gezonde voeding.

 

Praktisch gezien betekent dit:
Voedingsmiddelen met een zeer hoog purinegehalte vermijden. Dit zijn voedingsmiddelen die meer dan 150 mg purine per 100 gram bevatten. Het gaat hierbij om: ansjovis, haring, makreel, mosselen, sardines en spiering , kip met vel, orgaanvlees (zoals lever, nier en zwezerik) en om gistrijke producten zoals Marmite®.
Voedingsmiddelen met een purinegehalte lager dan 150 mg per 100 gram gebruiken in de aanbevolen hoeveelheden zoals geldt voor een gezonde voeding. Deze voedingsmiddelen kennen nog wel verschillen in het purinegehalte. Mits niet meer dan de aanbevolen hoeveelheden van deze voedingsmiddelen worden gebruikt, is het niet nodig om aandacht aan deze kleine verschillen te besteden.
Wordt meer dan de aanbevolen hoeveelheden van de voedingsmiddelen uit groep 2 gebruikt dan kan het purinegehalte toch hoger worden dan voor het purinebeperkt dieet is aanbevolen. De diëtist zal daarom, behalve adviezen over gezonde voeding, ook uitleg geven over hoe u hier mee om kunt gaan. Om enig enig inzicht te krijgen in de purinegehaltes van voedingsmiddelen uit groep 2 volgt een overzicht. Heel nauwkeurige cijfers zijn niet bekend. Vandaar dat de voedingsmiddelen in groepen zijn ingedeeld.

 

Voedingsmiddelen met een purinegehalte van 75-150 mg per 100 gram:
Kalfsvlees, schapenvlees, wild en bacon
Forel, kabeljauw, schelvis, zalm en bokking
Alcoholvrij bier en ‘gewoon’ bier, alcoholische dranken

 

Dit zijn voedingsmiddelen die u gewoon ter variatie kunt eten maar waarbij het wel nodig is aandacht te besteden aan de grootte van de portie die u eet. Bent u bijvoorbeeld dol op vis en eet u een ruime portie zalm dan stijgt het purinegehalte in de voeding al snel boven de 200 mg purine per dag. Het is zinvol om in overleg met de diëtist te bepalen hoeveel u van deze voedingsmiddelen kunt eten om binnen de richtlijnen van het dieet te blijven.

 

Voedingsmiddelen met minder dan 75 mg purine per 100 gram:
Rundvlees, varkensvlees, eend, kip zonder vel, leverworst en tong
Baars, garnalen, heilbot, krab, kreeft, oester, paling, schol
Asperges, bloemkool, peulvruchten, sperziebonen, spinazie en champignons

 

Ook voor deze voedingsmiddelen geldt dat u deze gewoon kunt eten. Een advies van de diëtist over de mate van gebruik van deze voedingsmiddelen is op zijn plaats.

 

Voedingsmiddelen met een heel laag purinegehalte:

Alle soorten groenten behalve degene die hierboven genoemd worden
Melk en melkproducten, water, vruchten-, tomaten- en groentesappen.
Alle voedingsmiddelen die nog niet genoemd zijn

 

 
  Meer weten?

Wanneer je meer te weten wilt komen over het Jicht dieet, verwijzen wij je door naar de bron van deze informatie: het Voedingscentrum.