Diabetes mellitus, ook bekend als suikerziekte, is een chronische stofwisselingsaandoening waarbij het bloedglucosegehalte (bloedsuikergehalte) ontregeld is. De belangrijkste oorzaken zijn een alvleesklier die te weinig insuline maakt (type I) of lichaamscellen die minder gevoelig zijn voor insuline dan normaal (type II). Type I wordt vaak ‘jeugddiabetes’ genoemd omdat deze aandoening meestal ontstaat vóór het dertigste levensjaar. Type II kwam oorspronkelijk vooral voor bij mensen boven de veertig jaar. Door overgewicht komt dit type steeds vaker en op steeds jongere leeftijd voor.
De
behandeling
Mensen met diabetes hebben viermaal zoveel
kans op het krijgen van hart- en vaatziekten. Het voorkomen van hart- en
vaatziekten is daarom een van de belangrijkste doelen van de behandeling van
diabetes. Ook beruchte complicaties van diabetes, zoals oogaandoeningen, vaat-
en nieraandoeningen, kunnen hiermee worden voorkomen of in elk geval uitgesteld.
De behandeling van
diabetes mellitus richt zich op het reguleren van het bloedglucosegehalte en het
voorkomen van nadelige effecten als gevolg van de aandoening. Zo verhoogt
diabetes de kans op hart- en vaatziekten. Om deze te voorkomen, wordt extra
gelet op het cholesterolgehalte in het bloed.
Een dieet is een
belangrijk onderdeel van de behandeling van diabetes. In geval van
overgewicht
heeft een kleine gewichtsvermindering al een gunstig effect op het bloedglucosegehalte. Daarnaast kan het nodig zijn medicijnen of insuline te
gebruiken.
Het
dieet
De basis van het
diabetesdieet bestaat uit gezonde voeding. Voor diabetespatiënten is het extra
belangrijk om gezond te leven, om hart- en vaatziekten te voorkomen. Belangrijk
in de voeding zijn bij diabetes met name:
Regelmaat.
Eet elke dag drie maaltijden en een aantal keren iets tussendoor. Regelmatig
koolhydraten eten helpt om schommelingen in de bloedglucosespiegel te voorkomen.
Zo min
mogelijk verzadigd vet. Het vermijden van verzadigd vet helpt hart- en
vaatziekten te voorkomen.
Een gezond
gewicht. Een gezond gewicht heeft een gunstig effect op de bloedglucose en helpt
mee hart- en vaatziekten te voorkomen. Bij overgewicht kunnen enkele kilo’s
gewichtsverlies al helpen om het bloedglucosegehalte te verbeteren!
Suiker met
mate. Suikervrije producten zijn in tegenstelling tot wat men vroeger dacht,
niet nodig. Wees wel matig met suiker: dat helpt mee op gewicht te blijven.
Alcohol met
mate. Neem niet meer dan twee glazen alcohol per dag. Alcohol kan het
bloedglucosegehalte ontregelen.
Voldoende
voedingsvezels. Vezels uit fruit, groente en peulvruchten hebben een gunstige
werking op zowel de bloedglucose als het cholesterolgehalte van het bloed.
Niet te
veel cholesterolrijke levensmiddelen. Eet niet meer dan drie eieren per week en
hooguit eens in de twee weken lever, nier, paling of garnalen.